Logo nieuwsbode-heuvelrug.nl


Foto: Ellenoor Piersma

Blubberbuik

Column door Ellenoor Piersma  

Omdat ik per se in de vroege ochtendschaduw wilde zitten, belandde ik uiteindelijk in het stilste deel van het Sarphartipark in Amsterdam. Dit stadspark is omgeven door een degelijk metalen hekwerk met terugkomende rechte motieven, afgewisseld met steunen met strakke slanke symmetrische welvingen. Door het parklandschap zwemt een watertje, rommelig geaccentueerd met grove planten en oude bomen. De wortels maken dankbaar gebruik van het vocht. De paden hebben onverwachte wendingen.

In die ochtendstilte klonk het lopen en gehijg van de joggers, het gekwetter van de watervogels, het geblaf van honden en vooral het geklets van hun bezitters die alledaagse wetenswaardigheden vrolijk met elkaar uitwisselden. Een kleine oudere man raapte de lege flessen van het gras. Om met het statiegeld zijn dagelijkse fortuin te vergaren.

Bij mijn bank had het gras plaatsgemaakt voor fijn grind. Geen planten. Wel strak gebogen voorwerpen van metaal. Sporttoestellen. Ik had, in tegenstelling tot de rest van de mannen en vrouwen in dat specifieke stukje van het park, een blubberbuik. De lijven van de harde werkers om me heen hadden dezelfde strakke en massieve rondingen als de materialen waar ze mee speelden.

Ondanks de intense en geconcentreerde bewegingen die in zware strijd gewikkeld waren met de zwaartekracht, was het stil. Allemaal gespierd. De lijnen van spieren in de ledematen toonden kracht. Bewegingen leken licht. De ingetogen koppen straalden vanzelfsprekend doorzettingsvermogen uit. De trage, maar welbewuste oefeningen gaven een sfeer van grote beschaving, die eventjes onderbroken werd door drie pubermeisjes die tussen het kletsen door, sprintjes trokken. Zij waren al na tien minuten uitgewerkt. De man van minstens zestig jaar oud beheerste magnifieke bewegingen op de metalen rekken. Hij kon met zijn tenen op een trede stil blijven staan, recht als een ingetogen veroveraar na een veldslag. Tweeënhalf uur lang duurde zijn missie.

Ik begreep inmiddels dat mijn houten bankje rondom de enige boom uitsluitend bedoeld was om ook oefeningen op te doen, terwijl ik een shawltje aan het zomen was met fladderende vlinders. Deze mensen vonden hun pauze in het strekken, elliptisch draaien van de heupen en mediterend lopen naar een ander toestel. In perfectie. Beheersing. Evenwicht. Stil.

Ik stond op en liep door naar de uitgang van het park en mijn buik blubberde gezellig mee. In mijn gedachten was het vet immens groot en de huid nog slapper geworden.

Slechts een eend, die met regelmatige schijnbaar onnozele voortgang een weloverwogen strakke streep door het watertje trok, leek op de bikkels met spieren bij de sporttoestellen. In het hekwerk zag ik hun lijven terug. Afgedwongen stille kracht.

Meer berichten