Foto: Ellenoor Piersma

Pijn

Column door Ellenoor Piersma


Voor een niemendalletje lag ik op de knutselafdeling van een ziekenhuis tussen mensen met herstelbare mankementen, zoals een gebroken been. De dames op leeftijd noemden zichzelf vrolijk ouwe gebakkies. De man, de krasse knar, had het moeilijk.

Tussen de uitingen van pijn, snurkte hij een zeer onrustige slaap met zwaar ratelende adem. Het ziekenhuisbed, het laken en de baby-rose deken van katoen hadden geen tel rust. Woest bewoog hij voortdurend zijn benen alle kanten op. Oòòò, òòòò!

Hij was van Italiaans afkomst en goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, want na stelselmatig twee uitingen van kreunen sprak hij altijd een zuiver Hollandse forse krachtterm.

Een zachte plof klonk tussen zijn verbale kreten door als zijn laken of deken op de grond viel na de worstelingen met de pijnen. Au, au! De man beheerste een grote variatie geluiden. Elke uiting van ongenoegen klonk anders. Grrj, grrj.

'En hij mocht ook al niet roken op zaal'

Er werd door het tumult niet geslapen in de nacht, behalve door de man. Tussen oeáòh, oeáòh's en àààààh, àààààh's door.

De verpleegkundige maakte zich zorgen. Overigens, als ik elke maand meer premie moet betalen voor mijn ziektekostenverzekering en weet dat dit geld rechtstreeks resulteert in een fikse salarisverhoging bij de verpleging, betaal ik dat graag. Het zou niets meer dan minieme gerechtigheid zijn voor de vriendelijke en kundige diensten die zij verlenen.

De man moest zijn benen stilhouden, aldus het personeel, anders zou het helemaal mis gaan. Och, och, hij deed zo zijn best, maar maaide nu hardvochtig met zijn armen, ondersteund door een andere kreet. Oaoaoaoaoah, oaoaoaoaoah!

En hij mocht ook al niet roken op zaal en zelfstandig naar de rookkamer gaan was nog een veel te grote actie voor hem. Ugh, ùgh, protesteerde hij hard, maar zo zacht mogelijk.

Midden in de nacht kwam versterking. De pijnen waren voor de man met weinig woorden en grote kreunen te heftig geworden. Hú, hú, klonk het. Twee verpleegkundigen probeerden de patiënt wederom tot rust te brengen. Beetje streng, maar vooral lief. En hij sprak. Een echt woord. 'Teen!', zei hij. Om de beurt werden zijn tenen bevoeld en bij zijn rechter grote teen brulde hij het uit. Au, au! Het euvel was gevonden. Ik weet niet wat er daarna gedaan is, want vlak daarna vielen wij met zijn allen in een diepe slaap.

Toen ik de volgende morgen naar huis mocht, lag de man nog steeds in een keurig opgemaakt bed met zijn baby-rose deken zoet en zachtjes te snurken. Met stille benen. Eindelijk.

Meer berichten