Foto:

Wat zal er met Huis Doorn gebeuren?

Marcel Bos, Jaap Holwerda

Verkopen of plek historische waarde

Huis Doorn was de verblijfplaats van de voormalige Duitse Keizer Wilhelm II die in het landgoed een nieuw verblijf vond, nadat zijn legers in WO I waren verslagen. Hij kreeg asiel in het neutrale Nederland.

DOORN - De ex-keizer leefde vanaf 1919 als banneling in Doorn en moest zich aan de bepalingen van de Nederlandse regering houden, waar hij zich strikt aan hield. Zowel een later verzoek in 1940 van de Engelsen om daar te komen wonen, als van Nazi-Duitsland legde hij naast zich neer. "Ik zal gaan waar de Nederlandse regering mij wenst te sturen." De voormalige keizer moest bovendien niets weten van de nazi's met hun Nationaal Socialisme en hij liet zich daar steeds scherp over uit. Kort voor zijn dood zei hij dat zijn lichaam niet naar Duitsland mocht worden overgebracht.

Wilhelm II liet Huis Doorn inrichten met de historische waardevolle inboedel die hij uit Duitsland liet overkomen. Tot op de dag van vandaag is het onaangeroerd gebleven. De sterfkamer van de Duitse Keizer is nog hetzelfde, zelfs de boeken die hij las lagen nog op het tafeltje naast zijn bed. Nadat zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in een kleine kapel op het landgoed, bouwde men later een mausoleum. Hier liggen de stoffelijke resten van Wilhelm II nog steeds. Op zijn begrafenis destijds verschenen ongevraagd Seyss-Inquart, Rauter en andere hoge nazi-functionarissen. Ze droegen kransen namens Hitler en Goebbels. De Doornse bevolking bij wie de Duitse ex-Keizer zich tijdens zijn ballingschap bemind had gemaakt, zond een bloemstuk van 1000 rozen met een kruis van orchideeën. Het was zo groot dat het buiten moest blijven staan.

De Duitse Keizer wilde Huis Doorn nalaten aan de ex-kroonprins Friedrich Wilhelm, maar het Doornse landgoed werd beschouwd als vijandelijk vermogen.

De heer Von Ilsemann, de adjudant van de Duitse Keizer verzocht het Nederlands Beheersinstituut om een verklaring tbv de ex-kroonprins, dat hij niet langer als vijandelijke onderdaan moest worden beschouwd, wiens vermogen onder beheer moest worden gesteld. Het ging nu juist om dit verzoek (1947). De Nederlandse Regering vroeg zich af wat er met Huis Doorn moest gebeuren, maar inmiddels was het een plaats van grote historische waarde waarvan het Nederlandse Volk slechts weinig wist. Men kon denken de schatten van het landgoed te verkopen en Huis Doorn op te doeken. Was het niet verstandiger om het kasteel en zijn bezittingen intact te laten, zodat Nederland en het buitenland voor altijd kon zien hoe en waar de Duitse ex-Keizer in ballingschap leefde? De belangstelling uit het buitenland zou minstens zo groot zijn als de belangstelling van ons nuchtere Nederlanders. Het plaatsje Doorn dat een historische naam heeft gekregen en behouden, zou er wel bij varen.

Meer berichten