Foto: Ellenoor Piersma

Lief

column Ellenoor Piersma -

Het volgestroomde perron in Utrecht glijdt langzaam leeg naar de halletjes van de te lang verwachte trein. De rest van het toestel zit al vol. We staan zeker met vijfentwintig mensen in het halletje.

De meeste reizigers proberen naar een niets te kijken, behalve twee. Ik bof, heb zicht op hen, een stelletje. Jong. Alledaags. Grijs, bruin en blauw. Nepbont en nepwollen jassen. Sweaters. Vaak gedragen broeken. Eenvoudige sneakers. Gewoon. Geen sieraden. Brave kapsels. Puur.

De trein wiebelt bij een bocht en we deinen dan zachtjes met zijn allen dezelfde kant uit. Ik heb constant jas-contact met zeker vijf mensen. Zo opgepropt staan we.

Juist vanwege het bewegen in de trein, moeten staan en geen houvast hebben aan een paal of zo, is het volstrekt normaal dat de jongen en het meisje elkaar vasthouden. De jongen knijpt vaak zijn ogen iets dicht, om zo intens verliefd midden in de ogen van zijn vriendin te kijken. Soms houden ze hun voorhoofden even tegen elkaar. Nee, geen klef gezoen. Ze zijn stil met elkaar. Of praten even wat over ditjes en datjes. Of maken kleine grapjes. De onnozele dingen van het leven.

Ze laten zien wat alleenstaanden zo missen. Gewoon tevreden samen-zijn. Zonder iets te hoeven, en vooral het hele gewone leven delen.

Het stel heeft samen één iPhone, maar met gedeelde oortjes.

Ik kan alleen het gezicht van de jongen zien. Nog een paar jeugdpuistjes, geschoren nog strakke gladde huid, maar de investering in mooie lachrimpels op latere leeftijd is allang begonnen. Zijn bruine ogen kleuren fantastisch met zijn jas. En telkens maar weer zakken zijn oogleden welbewust naar beneden om zo in de perfecte hoek van zijn zicht de weldaad van de stille lach van zijn lief te bewonderen.

Af en toe houdt hij haar vast in haar taille, onder de dikke jas. En dan streelt hij haar.

We hebben onze bestemming bereikt. Het weer is grijs en nat. Het strelende paartje gloeit nog na in mijn huid. Bij gebrek aan geliefde ter plaatse laat ik de zachte regen en wind mijn gelaat strelen. Ja, dat kan, als je het wilt. Zoals je in de zomer met bloeiend gras of een gevonden veertje vriendelijk je huid kunt kietelen. Of een beest knuffelen. Of je handen verwennen rondom een kop warme thee. Of gewoon, beetje stiekem, genieten van mensen die genieten en het zo samen delen. Denken aan mooie dingen. Fijne dagdromen. Zo je eigen hart strelen.

Een beetje liefelijkheid kun je grijpen. En eventjes vasthouden. Ik wens u dat in 2019!

Meer berichten