Guldemond heeft vlak na de 2e Wereldoorlog meegewerkt 10.000 Duitse zeemijnen op te sporen en onschadelijk te maken. FOTO: Marcel Bos
Guldemond heeft vlak na de 2e Wereldoorlog meegewerkt 10.000 Duitse zeemijnen op te sporen en onschadelijk te maken. FOTO: Marcel Bos

Louis Guldemond ruimde zeemijnen

Marcel Bos

Spanning was ondraaglijk

Louis Guldemond (85) ruimde vlak na WO II zeemijnen in de Nederlandse kustwateren. Voor dit levensgevaarlijke werk onder vaak barre weersomstandigheden, wordt de Driebergenaar gedecoreerd in Den Helder. Voor de Nederlandse kust lagen zeemijnen die de Duitsers aan het einde van de oorlog legden tegen een mogelijke invasie van de geallieerde landingsboten.

"We moesten mijnen zoeken en opruimen," vertelt Guldemond. "Dat deden we in rubberen bootjes waarbij we langs de kuststrook voeren, terwijl we een sleeplijn over de zeebodem trokken. Soms sloeg een bootje om en dan moesten we ons vasthouden aan het touw dat aan de boot vastzat. Als je losliet was je verloren. Onze kleding bood geen bescherming, er belandde geregeld een collega met een longontsteking in het ziekenhuis.

Als we een mijn lokaliseerden, moesten we deze onschadelijk maken. De mijnen op lagen gemiddeld op 500 meter uit de kust op de zeebodem en wogen 1000 kilo per stuk. Elke mijn bevatte 70 kilo hexaniet, zeer explosief en krachtiger dan TNT. "Mijnenvegers (schepen) inzetten kon niet, omdat het kustwater in de branding te ondiep was." Het mijnenruimen ging ook 's winters door tot een minimum temperatuur van -5C, vertelt de veteraan. "Mijnenruimen deden we voor Rijkswaterstaat. De zee moest snel weer toegankelijk zijn voor de scheepvaart, zodat de economie kon groeien."

Eigenlijk was hij op 16-jarige veel te jong om mijnen te ruimen, maar hij deed het toch. "Ik rolde het vak in, want ik wilde het huis uit; het avontuur op zee trok me." Guldemond vertelt dat het mijnenruimen levensgevaarlijk werk was. "We moesten die explosieven met de hand onschadelijk maken. Met een hamer en een schroevendraaier. 2 Jaar hield ik dat werk vol. Die spanning tijdens het ontmantelen van een explosief was soms ondraaglijk. Er spoelde een keer een granaat op het strand. Een collega probeerde die granaat te openen door met een hamer en schroevendraaier erop te slaan. Een van onze collega's rende angstig weg. Dat explosief was verroest, maar kon ontploffen. Het liep goed af, maar ik denk er nog vaak aan." Guldemond zag zijn collega's terug tijdens een reünie in 2000. "Wat je samen meemaakte, geeft je een kameraadschap voor altijd. Nu beseffen Marine, musea, instanties en de Explosieven Opruimings Dienst (EOD) het gevaar, maar ook de belangrijkheid van wat toen allemaal gebeurde. De opdracht destijds was: de kust weer toegankelijk te maken."

Guldemond schreef over die gevaarlijke na-oorlogse periode een boek met als titel 'De vergeten Marine.' "Onze groep mijnenruimers werkte onder de vrolijk klinkende naam 'Kathy Mijnen Party's,' maar het was geen feestje. Nu krijgen we eindelijk erkenning voor het gevaarlijke werk dat we deden om het na-oorlogse Nederland veiliger te maken." Meer verhalen op www.veteraneninstituut.nl/interviewcollectie.

Meer berichten