Wankele rechtsbijstand

Column door Frits van Schaik

Het lijkt kommer en kwel met de door vrijwel iedereen veel geprezen sociale advocatuur. Deze groep van advocaten, waarvan een goot gedeelte rechtsbijstand verleent aan mensen die de kosten van een advocaat niet kunnen betalen, en dus een vergoeding via overheidswege ontvangt, loopt om allerlei redenen in aantal terug. Een aantal jaren geleden bedroeg het aantal sociale advocaten nog circa 7.600. Dat is inmiddels gedaald.

Het ziet er nu ook naar uit dat de groep sociale advocaten zich verzet tegen een aangepast tarief om juridische bijstand te verlenen aan mensen die te weinig geld in de knip hebben om een rechtsgang te betalen. De verantwoordelijke minister Dekker voor rechtsbescherming denkt er op basis van het regeerakkoord anders over. Hij vindt dat mensen die te maken krijgen met echtscheidingen of ontslagzaken op een andere manier dan naar de rechter te stappen tot een regeling moeten komen.

De minister viel bij de behandeling van deze kwestie in de Tweede Kamer tot verbazing van de kamerleden geheel door de mand. Op vragen van diverse parlementariërs of hij duidelijkheid kon geven over het aantal zaken van rechtsbijstand door sociale advocaten voor de rechter, bleef hij het antwoord volledig schuldig. Hij hakkelde, stotterde en verschafte volstrekt verkeerde gegevens. Het was mooi geweest. Het debat werd uitgesteld en de bewindsman kon naar huis gaan. Een blamage van de eerste orde.

Los van deze blunder moet het mensen met een smalle beurs niet onmogelijk worden gemaakt te kunnen kiezen voor een advocaat voor het verlenen van rechtsbijstand voor ogenschijnlijk kleinere zaken. Dat tast het fundament van ons rechtssysteem aan. Het is denkbaar dat mensen zich dan niet meer herkennen in de , volgens velen, zorgvuldig tot stand gekomen rechtsstaat. Het recht zelf in de hand nemen, dus het 'eigen rechtertje spelen' duikt dan op. Met alle extreme gevolgen van dien die dan denkbaar zijn.
De verantwoordelijke bewindsman denkt daar uiteraard anders over. Hij wijst op het regeerakkoord. Daarin wordt de 'poortwachter' geïntroduceerd. Deze bepaalt of een sociale advocaat in aanmerking komt voor vergoeding van een bepaalde zaak. De sociale advocatuur heeft hier geen goed woord voor over. Dat geldt ook voor menig kamerlid. Volgens deze critici leidt de gedachte van poortwachter tot een volstrekt onzinnige en willekeurige situatie waarin ons rechtssysteem allerminst is gediend. Er zou op deze manier een soort tweedeling ontstaan in ons rechtssysteem. Sociale advocaten zijn daar mordicus tegen.

De minister erkent tot op zekere hoogte de bezwaren van de sociale advocaten wel. Daarom pleit hij ervoor dat burgers zich kunnen verzekeren tegen rechtsbijstand en ook kunnen kiezen voor rechtshulppakketten die uit de koker kunnen komen van sociaal advocaten. Daar is natuurlijk ook weer een prijskaartje aan verbonden.

De sociale advocatuur die jarenlang zich heeft ingespannen voor opwaardering van de vergoeding voor rechtsbijstand op een acceptabel niveau, voelt zich opnieuw in de kou gezet. Of deze categorie van advocaten op termijn nog een lang leven is beschoren, is twijfelachtig. Zeker is dat het voor de sociale advocatuur er somber uitziet.
f.schaik@planet.nl

Meer berichten