Motie insectenpopulatie in Utrecht

Motie " Beleid instandhouding insectenpopulaties."

De raad in vergadering bijeen op 7 maart 2019 voor de bespreking van de U10-rapporten over o.a. Woningbouw in de regio.

Constaterende dat:

De gemeente Utrechtse Heuvelrug met in totaal 16 gemeenten (gelegen in onze regio) deelneemt in de U10.

De U10-regio de komende jaren een forse opgave heeft voor woningbouw en werklocaties, zoals beschreven in de 4 analyse-rapporten die als bouwstenen fungeren voor het Ruimtelijk Economisch Programma.

De U10 samenwerking tevens werkt aan een programma Gezonde Woon en Leefomgeving met aandacht voor Groen en Landschap.

De U10 regio zich met andere gemeenten profileert met een door het VNG Utrecht opgesteld Manifest Utrechtse Gemeenten waarin ook aandacht wordt gevraagd voor het landelijk gebeid, de natuur en de biodiversiteit.

Diverse wetenschappelijk onderzoeken alsmede de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangeven dat in Nederland de insectenpopulaties gestaag afnemen.

Wetenschappers unaniem aangeven dat insecten (zoals bijen, kevers, vinders) essentieel zijn voor onze voedselvoorziening als ook het voortbestaan van ons ecosysteem (flora én fauna). Dus ook het ecosysteem van de Utrechtse Heuvelrug, waar onze inwoners waarde aan hechten.

Het Deltaplan Boidiversiteitsherstel een gebiedsgewijze aanpak als uitgangspunt heeft.

Overwegende dat:

De bedreiging van insecten volgens de wetenschap vooral komt door toename van stikstofdeposities, gif en door de trend van urbanisatie. Hierdoor wordt hun habitat kwalitatief en kwantitatief aangetast.

In onze regio nog geen gecoördineerde aanpak bestaat om de afname van insectenpopulaties te keren.

De plannen rond uitbreiding woningbouw en werklocaties een helder beleid rond het versterken van het ecosysteem rechtvaardigen.

Verzoekt het College van B&W:

In U10 verband in te brengen hoe de balans tussen ambities uit de analyserapporten en de instandhouding van de populatie insecten en ons ecosysteem vorm krijgt.

Daarbij via het desbetreffende U10 programma concrete maatregelen voor te stellen die gericht zijn op instandhouding van insecten in ons ecosysteem en daarvoor draagvlak te zoeken zodat die regio-breed een stevige impact hebben.

D66 Erik van Buiten

CDA Werner van Katwijk

TOELICHTING:

Insecten zijn belangrijk voor onze landbouw/voedselvoorziening en het ecologisch evenwicht in onze natuur. Al enige jaren is er een grote zorg over de afname van insectenpopulaties. In 2017 constateert een breed wetenschappelijk onderzoek in Duitsland dat op 63 locaties verspreid over 31 natuurgebieden in Duitsland de totale biomassa aan vliegende insecten in de laatste 27 jaar met 75 % was afgenomen.

Het was reden voor de minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit om het Wageningen Environmental Research (WEnR) te vragen haar nader te informeren over de uitkomsten van het onderzoek in Duitsland, de vergelijkbaarheid met de situatie in Nederland, de kennis over trends van insecten in Nederland, de verklaringen voor die trends c.q. mogelijke oorzaken van achteruitgang, en een voorstel te doen voor prioritaire onderzoeksvragen.

Op 26 april 2018 informeert de Minister de Tweede Kamer middels het rapport «Achteruitgang insectenpopulaties in Nederland: trends, oorzaken en kennislacunes» (Te raadplegen via https://bit.ly/2H1UxGf )

De belangrijkste conclusies uit het rapport zijn :

Dat de onderzochte natuurgebieden in de omgeving van Krefeld (Duitsland) voor een aantal belangrijke kenmerken vergelijkbaar zijn met de natuurgebieden in Nederland.

Er is geen vergelijkbare set data bekend in Nederland

Er is wel bruikbare informatie over trends in aantallen bij vlinders en libellen en trends in verspreiding bij bijen en zweefvliegen. Het beeld is dat insecten in Nederland de afgelopen jaren zijn afgenomen, maar dat er daarbij verschillen zijn tussen soortengroepen.

De achteruitgang van soorten die kenmerkend zijn voor het agrarisch landschap gaat onverminderd door.

Soorten voorkomend in natuurgebieden lijken te hebben geprofiteerd van herstelmaatregelen in deze gebieden. Dit geldt niet of in mindere mate voor soorten die gevoelig zijn voor de effecten van stikstofdepositie. Aquatische soorten hebben enige decennia geprofiteerd van verbeteringen in waterkwaliteit, maar lijken inmiddels ook weer af te nemen.

De lange termijn-afname van insectenpopulaties in Nederland kan mogelijk worden verklaard door factoren die met ontwikkelingen in de landbouw samenhangen. Dit zijn de intensivering en homogenisering van het agrarisch landgebruik, het gebruik van meer stikstof en fosfaat dan het landbouwkundig systeem kan vasthouden, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (vooral insecticiden) en de versnippering van natuurlijke leefgebieden.

Feitelijk is niet precies bekend hoe slecht het met de insecten in Nederland gaat en dat er nog belangrijke kennishiaten gevuld moeten worden.

Kernpunten uit de reactie van de minister

De trend van de achteruitgang van de insecten in Nederland is zorgelijk. Niet alleen vanwege de natuurwaarde van de insecten zelf, maar ook omdat zij een essentiële schakel vormen in de natuurlijke voedselketens en de landbouw, zoals voor de bestuiving van gewassen en de afbraak van organische stof in de landbouwbodems.

Positief is dat de insectensoorten in de natuurgebieden zich enigszins lijken te herstellen. Dit sluit aan bij de evaluatie van het Natuurpact door het PBL waarbij verder herstel van de biodiversiteit wordt verwacht (Kamerstuk 33 576, nr. 118). WEnR wijst er echter op dat de voortgaande intensivering van de landbouw en de uitstraling daarvan naar de natuur dit effect teniet zou kunnen doen. Ook het PBL wees op het belang van het herstel van de milieu en watercondities van de natuurgebieden en de rol van de landbouw daarbij.

De Minister vindt het daarom belangrijk dat het beleid om de emissies van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu substantieel terug te brengen wordt gecontinueerd.

Ze streeft ernaar dat in de landbouwgebieden weer meer ruimte komt voor natuur en natuurlijke processen (bijvoorbeeld biologische bestrijders).

De Minister hecht aan een integrale aanpak.

De Minister hecht belang aan het Deltaplan Biodiversiteitsherstel dat maatschappelijke partners aan het voorbereiden zijn..

PBL

Een vergelijkbare constatering doet, zoals de Minister aan de Tweede Kamer meldde, het Planbureau voor de leefomgeving

'Biomassa van insecten, de maat zoals gebruikt in de Duits-Nederlandse studie, wordt in Nederland niet structureel gemeten. De Nederlandse monitoring volgt wel de omvang en verspreiding van populaties en richt zich momenteel op dagvlinders en libellen wat vliegende insectensoorten betreft.

Beide soortgroepen zijn gevoelig voor milieudruk, respectievelijk op land en in water.

De trend van dagvlinders in Nederland vertoont overeenkomst met de gevonden trend in Duitsland in de zin dat beide sinds begin jaren negentig een sterke afname vertonen. De observatie betreft enkel de gevoelige groep van dagvlinders en geldt niet voor (vliegende) insecten in Nederland in het algemeen. Een oorzakelijke verklaring van overeenkomsten in de trend kan met de beschikbare informatie niet worden gegeven. Over de afname van de Nederlandse dagvlinders is bekend

dat deze samenhangt met meerdere factoren, zoals klimaatverandering, landgebruiksverandering, beheerintensiteit, stikstofdepositie, fragmentatie van natuurgebieden en landbouwintensiteit.

Verder constateren we dat het verloop van de trend in Duitsland, van sterke afname naar afvlakking, in lijn is met hoe de ontwikkeling van biodiversiteit landnatuur zich gemiddeld in Nederland heeft voltrokken. In Nederland echter is, na jarenlange afname, stabilisatie en een voorzichtig herstel te zien.'

Verklaring van Driebergen en Deltaplan Biodiversiteitsherstel

Gebiedsaanpak gewenst

Met het oog op deze ontwikkeling heeft een brede groep van stakeholders een intentieverklaring ondertekent, de zogenaamde Verklaring van Driebergen (te raadplegen via https://bit.ly/2U8qP5Q ) en zijn de eerste stappen gezet via een Deltaplan Biodiversiteitsherstel (te raadplegen via https://bit.ly/2tA72AV ) .

Het Deltaplan kiest daarbij voor een gebiedsaanpak als uitgangspunt.

Meer berichten