Op stand

Foto:

Column Ellenoor Piersma -

U denkt dat we op de Utrechtse Heuvelrug in een gemeente wonen met dure huizen? Geenszins, we staan nog niet eens in de top tien. De woonplaats Bloemendaal staat op één.

Een oom verhuisde vanuit een eenvoudige huurflat in Amstelveen per ongeluk naar een verpleeghuis in Bloemendaal. Zijn kamer is op de eerste verdieping, precies boven de hoofdingang. Ik leunde even nieuwsgierig uit het raam.

Een vette bolide met zoon van middelbare leeftijd kwam haastig aan gereden. Met grote voorzichtigheid werd de rolstoel van moeder uit de kofferbak getild. Vanwege die auto, niet de rolstoel. Moeders zat nog voorin. Ze was een forse vrouw en had op haar hoge leeftijd duidelijk problemen met mobiliteit.

Een auto is reuze handig voor vervoer op lange afstand, maar hoe kom je erin en hoe er weer uit? Zoon stond met rolstoel ongeduldig te wachten tot ze zijn pronkerige speeltje uit kon klimmen. Zoon ging helpen. Ongeduldig. Trok haar ruw aan haar arm om haar letterlijk uit zijn auto te sleuren, zonder verdere ondersteuning van het lichaam. Dat lichaam waarin hij ooit ontstaan was. Maar slechts aan een arm trekken helpt niet als de rest van het lijf nogal klem zit.

Moeder bleef kalm, haar arm zat er nog aan en ze kende haar zoon al zijn leven lang. En zij kende zijn talenten. Het lukte haar uiteindelijk om de overstap uit autostoel naar rolstoel te maken. Geheel zelfstandig, zoals ze dat vast het allergrootste deel van haar leven was geweest.

Zoon zette moeder snel in de rolstoel, zonder rem, op het midden van de straat met lichte afhelling. Haar voeten bungelden vrij hopeloos naast de nog ingeklapte werkloze voetsteunen. Eerst moest die auto veilig gesteld worden. Gevaarlijk. Voor haar. Als die rolstoel zou gaan bewegen. Oei, ik voelde de pijn al in mijn eigen voeten.

Onderwijl zat een magere man een sjekkie te roken. Op droge toon zei hij tegen zijn buurman in plats Amsterdams accent: 'Komt een Fransoos aan.' Een gedistingeerde vrouw stapte uit een auto met Frans nummerbord in afwijkende kleur. 'Raar nummerbord van die Fransoos', herhaalde rustig hij tussen de trekjes aan zijn peukie. Ik zag de deftige dame twijfelen, ze stond even stil in haar driftig dribbelende pas en zei het toch. En passant, doch wel duidelijk en verheven. 'Dit is een nummerbord voor diplomáten'. Dit gegeven veranderde niks voor de magere man met zijn sjekkie. Ze bleef een rare Fransoos.

Meer berichten