Foto:

Gemeentelijke zorg: zorgenkind

Column Frits van Schaik

In deze ogenschijnlijk rustige periode, ik doel op de voor velen geldende vakantietijd, is er wellicht aanleiding voor een moment om na te denken over de financiële positie van onze gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor heel veel zaken die ons als burgers min of meer direct aangaan. Veiligheid heeft natuurlijk de allerhoogste prioriteit. En dan wat te denken van de huisvesting ? Rijzen de huren niet uit de pan ? In welk opzicht spelen de gemeenten een rol bij de ontwikkeling van de prijzen van huizen, die evenals de huren almaar stijgen tot veelal onwaarschijnlijk hoge bedragen. Studenten die in Utrecht, om maar een voorbeeld te noemen, en in plaatsen en dorpen in de omgeving van Utrecht op kamers verblijven leggen minimaal 400 tot 500 euro per maand neer. Dat is onwaarschijnlijk veel. De stijgende tendens zet zich voort, omdat de vraag naar kamers mede door de groei van het aantal studenten alleen maar toenemen. Het is niet zo vreemd dat in tegenstelling tot voorgaande jaren een toenemend aantal studenten ervoor kiest in ieder geval de eerste studiejaren in het ouderlijk huis te blijven. Dat is andere koek dan bijvoorbeeld in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Hoe eerder weg uit huis, hoe beter was ongeveer het parool van veel studenten. Tijden zijn wat dat betreft veranderd. We moeten ons overigens ook realiseren dat meer gemeenten en dat geldt overigens ook voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug steeds meer klem dreigen te raken door de toenemende zorgtaken. Uit een recente studie blijkt onder meer dat sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van taken op het gebied van jeugd, werk en zorg ze steeds meer moeite hebben om rond te komen. Ondanks het economisch herstel lijkt het erop dat het er niet beter op wordt.
Studie geeft aan dat door tekorten in de zogeheten sociale sector bij veel gemeenten, de gemeentelijke financiën in toenemende mate onder druk komen te staan. We mogen in onze gemeente blij zijn dat we dit als kleinere gemeente nog niet direct in onze portemonnee voelen. Maar, wat niet is kan nog komen, denk ik dan maar. De onderzoekers geven overduidelijk aan dat door de dreigende en reeds bestaande tekorten in de sociale sector de gemeentelijke financiën steeds meer onder druk komen te staan. De nieuwe taken zijn volgens de onderzoekers het belangrijkste financiële zorgenkindje. Dus ook voor onze gemeente!

Volgens de onderzoekers kampen veel gemeenten met tekorten in de sociale sector. Er blijft dus niets anders over door de tekorten terug te dringen en eventueel te schrappen. Dit is niet aanlokkelijk, maar in veel gevallen lijkt er geen andere mogelijkheid.

Uit het onderzoek blijkt tenslotte dat kleinere gemeenten het over het algemeen financieel beter doen dan grotere, maar ze heffen gemiddeld ook hogere belastingen. De cijfers tonen ook nog aan dat vooral kleinere gemeenten over het algemeen voorzichtig zijn met het verhogen van lokale belastingen om toekomstige tekorten op te vangen. De lokale lasten, zo wordt geconcludeerd, zijn het afgelopen jaar namelijk vrijwel niet gestegen. Dat geldt in zeker opzicht voor ons ook. De vraag is of dat zo blijft. Immers, de zorgkosten (ook op lokaal niveau) blijven een blok aan het been, een blok dat zwaarder en zwaarder dreigt te worden. f.schaik@planet.nl

Meer berichten