Ereprijs in Londen

Foto:

column Ellenoor Piersma

Het steen van de bij elkaar gemetselde stenen in een rijtje woningen in een buitenwijk van Londen is veel ouder dan de anderhalve eeuw oude huizen. Die stenen zijn onregelmatig van vorm, verschillend van kleur, variërend van zand- tot aardetinten. De tijd staat hen goed. Levendig en bescheiden. Een nog enkele oude boom is lekker scheef gegroeid. Zowel de weg als de stoep is inmiddels geasfalteerd. Op het schoolplein spelen kinderen in uniform.

De huizen hebben allen een gezellige erker op de begane grond. Met gepleisterde vormen in repeterende kringeltjes, door de tijd onderbroken door klimop die zijn vormen en nerven statig toont.

"De tijd leek stil te staan, maar ondergronds werd hard gewerkt"


De kleine voortuinen zijn ommuurd door dezelfde stenen als de huizen. Er zijn recent voorportiekjes bij de deur aangebouwd van echt kunststof. Hartstikke dood en lelijk, maar als je aanbelt sta je wel droog. De meeste tuintjes zijn het gevolg van zogenaamde wildgardening. Hoog gras, onkruid en uit de kluiten gewassen heesters zijn vanzelfsprekende onderdelen geworden. Behalve in één tuintje.

Het lapje gras is strak. Vierkant. Fel groen. Geen onkruid. En kan zelfs worden gestofzuigd. En dat gebeurt ook, denk ik. Kunstgras. Hagelwitte ei-grootte stenen liggen zwijgzaam om het gazonnetje heen. In een zwarte pot van plastic zat ooit een levend plantje. Bij de dood kwam een andere fase. De takjes zijn keurig geverfd in blauw, geel, rood en oranje. Regenbestendig. In de bruine pot bij de voordeur staat een kleine uitgeleefde conifeer. De bruine natuurlijke kleur is een verademing. De schilder moet zeker nog langs komen om ook dat element te voorzien van menselijke bemoeienis. De bruine pot draagt de tekst 'les herbes de jardin sont les roses'. Gedurende de Brexit toch een Europees verlangen?

Ik liep een week elke dag in dat buurtje naar mijn logeeradres. De tijd leek stil te staan, maar ondergronds werd hard gewerkt. Bij een stukje opgelapt asfalt in de felle zon, zat een beginnende scheur. Naast een tuin met wilde plantjes met blauwe bloemetjes. Die planten zagen er sterk uit. Niet te stoppen. Doorzetters. Winnaars. Uitbundig stonden ze te zwaaien en door elkaar te kakelen. Warmden zich vrolijk in de zon. In die beginnende scheur zag ik een bobbeltje. Uitstulpinkje. Vier kleine echte scheurtjes maakten plaats voor een babyplantje. Twee centimeter. Hooguit. Ik veranderde mijn route weleens, maar sloeg deze plek nooit over. Het plantje werd elke dag een groter. De contouren van de blaadjes werden zichtbaar en bij mijn laatste loopje zag ik het. Het plantje was een ereprijs.

Het standbeeld voor admiraal Nelson was er niets bij.

Meer berichten