Foto:

Geen luxe, maar bittere noodzaak

column Frits van Schaik

In de huidige onvolprezen zomerweken kunnen we zonder enig overdrijven vaststellen dat de veelgehoorde kreet 'Nederland waterland' niet misplaatst is. De zwemcultuur stijgt met stip. Waarom ook niet? Aan goed geoutilleerde zwembaden bestaat in Nederland geen tekort. Er wordt veel gebruik van gemaakt. Dan moeten we ook niet vergeten het scala aan openbare zwemgelegenheden, zoals meren, poelen, rivieren en kanalen. En wat te denken van onze stranden, die nu hun best beentje voorzetten. Dat niet alleen, Het aantal verdrinkingsgevallen in zwembaden maar ook daarbuiten, liegt er niet om en is zelfs in deze zomerperiode tot enkele tientallen gestegen. Dat stemt tot zorg. We gaan er ongeveer vanuit dat nagenoeg iedereen de zwemkust beheerst. Dat is niet helemaal waar. De verplichte zwemles, gekoppeld aan wat destijds de lagere school heette, is reeds enkele tientallen jaren geleden afgeschaft. Daarvoor zijn in de plaats gekomen zwemorganisaties en sportverenigingen die zwemeducatie in hun pakket hebben opgenomen. Dat heeft er overigens wel toe geleid dat niet iedereen het zwemmen onder de knie heeft. Financiële perikelen kunnen daarbij een rol spelen. Laten we ook de grote aantallen buitenlandse kinderen, met al dan niet een vluchtelingenstatus, niet vergeten. In veel gevallen beheersen zij de zwemtechniek niet. Dus op hen moet extra worden gelet tijdens het zwemmen. Kort door de bocht komt het erop neer dat elk definitief verdrinkingsgeval er één te veel is. Op zich is dat just. Toegegeven zij dat een dergelijke drama, veelal veroorzaakt door technische onvolkomenheden, soms niet te vermijden is. Incidenten met dodelijke afloop die uitsluitend zijn toe te schrijven aan het ontberen van zwemvaardigheid mogen feitelijk in ons overgeorganiseerd landje niet (meer) voorkomen. In dat licht gezien lijkt de vraag gerechtvaardigd of herinvoering van verplicht zwemonderwijs te overwegen valt. In een groot aantal landen in de Europese Unie past men dit systeem zonder enig morren toe. Het is op de keper beschouwd te zot voor woorden dat in ons land dat niet wars is van regelzucht de verplichte vorm van zwemtraining tot het verleden behoort terwijl andere verplichte richtlijnen in de sfeer van onderwijs als normaal worden ervaren.

Deskundigen in de zwemwereld wijzen er stelselmatig op dat water, vooral buiten de zweminrichtingen, heel verraderlijk kan zijn. Zo wordt, in het algemeen gesproken, te weinig rekening gehouden met stromingen en onderstromingen. Als spannend wordt ervaren, zo blijkt uit recent onderzoek, om met kinderen die uiteraard in bezit zijn van zwemdiploma's, zo ver het openbaar water in te gaan dat de bodem niet meer zichtbaar is. Dit lijkt op waaghalzerij. Een ander probleem is het begrip 'routine'. Jongelui en in de meeste gevallen nog kinderen, in bezit van de verlangde en vereiste zwemdiploma's, dreigen de noodzakelijke routine te verliezen omdat ze maar al te vaak permanente zwemoefening op hun beloop laten. Zwemmen verleer je niet, maar het is wel meer dan wenselijk dat de techniek en routine op niveau blijven. Verslapt die aandacht hiervoor en komt de zwemervaring in het geding dan is dit niet bevorderlijk voor verbetering van de veiligheid in vooral open water. We moeten er vanuit gaan dat het beheersen van zwemmen geen luxe is maar bittere noodzaak! f.schaik@planet.nl

Meer berichten