Jas

Ellenoor Piersma - columnist NBH
Ellenoor Piersma - columnist NBH (Foto: )

Column Ellenoor Piersma

In Amsterdam was ik al diverse malen het Amstel Hotel voorbij gesjeesd op de fiets. Het werd tijd voor een bezoek. Omdat het regende, haalde ik het vodje met broodkruimels, ook wel jas genoemd, uit mijn tas. Na mijn fiets geketend te hebben aan een lantaarnpaal, scheve rug gerecht, onderwijl lopend nog kruimels weggepoetst hebbende, liep ik naar de rode loper van de ingang.

Ik ben nieuwsgierig van aard, niet te verwarren met intellectuele interesse. De entree was confronterend. Wit marmer. Mijn immer bevlekte schoenen werden onthaald door een zacht onberispelijk tapijt als basis voor een hal met splitsende trap. In een flits zag ik prachtig aangeklede dames met hun heren de trap afdalen en ruisen door de brede gangen met schilderijen naar het feest in de met goud beklede spiegelzaal.

De meneer van de receptie, head conciërge genoemd, met goud borduursel op zijn jasje keek me gepast beminnelijk aan toen ik vroeg een kopje koffie te mogen drinken en vertelde met zachte stem, die zowel onverbiddelijk als dienend was dat de lounge aangenaam warm was en vroeg de 'jas' aan te nemen.


Het tapijt in de lounge was klassiek geel met blauwe kleuren, gevangen in motieven in vierkanten, de zilveren grote broodtrommel schitterde in de grote geslepen spiegel. De zachte banken nodigden uit voor een aangename zit en ik koos voor een tafeltje met marmer, rustend op een onderstel met ingelegd hout en bijpassende groene gobelinachtige beklede stoelen met sierlijke symmetrische poten, waar menig damesbeen, in ieder geval de mijne, een voorbeeld aan kan nemen. De koffie werd geserveerd. Licht aardewerk met bloemetjesmotief en bijpassend suiker- en melkkannetje. Zilveren bestekjes. En fijne koekjes. De grote klassieke kamer was zorgvuldig gedecoreerd met panelen aan deuren en wanden en de ramen waren omlijst met zacht ruim vallende zijden gordijnen met weer een ander ingeweven bont motief. Alles was perfect op elkaar afgestemd. En geen stofje of vlek te vinden. Daar kan ik niet tegen.


Op een tafel verder lag een zwart met goud magazine, genaamd Amstel Hotel. Ik moest iets doen in deze volmaaktheid. In had mijn escape gevonden. Ik zou het blad jatten. Een spel begon. Hielden de schijnbaar afwezige, maar ten allen tijde dienende dames in grijs pak met rok, smetteloze bloezen met gouden borduursel en opgehakte benen mij in de gaten? Het lukte. Het jatten. Ach, misschien was het ook wel de bedoeling dat ik het blad mee naar huis nam.


Met de intense smaak van de heerlijke koffie, kwam ik mijn kreukelige vodderige jas weer ophalen. De head conciërge knikte. En geloof het of niet, zelfs de vodderige jas was onberispelijk geworden.

Meer berichten