Foto:

Laten leven

Column Ellenoor Piersma

Het sorteren van de spullen van haar zes jaren lang bewoonde studentenkamer van tien vierkante meter ging vlot. Mijn dochterkind had eindelijk haar diploma, een baan en een huisje voor uitsluitend zichzelf veroverd.

´Ik heb de bovenste plank in de koelkast´, riep ze in haar studentenhuis, ´voor als je de kaas zoekt, de rest staat in mijn kamer. Ik heb verder niks in de keuken.´ verklaarde ze nader, ´het is te erg´. Ik opende de koelkastdeur en in één oogopslag snapte ik haar. Ze woonde met vier meiden, viespeuken. De onderste laag van de koelkast was een centimeters dikke laag bruine drab. Een verzameling lekresten van al de daarboven liggende etenswaren, die voornamelijk bedorven waren, en met een variëteit aan spontane schimmels en loslatend vocht hun oorspronkelijke vormen hadden verlaten. Ik sloot de koelkastdeur direct. Mijn maag golfde naar door mijn lijf.

Als er iets is dat ik verafschuw, maar weet dat het niet werkelijk erg is, probeer ik het mooie ervan te zien. Dat lukte niet in de gemeenschappelijke keuken, maar wel met de lamp in de gang in het studentenhuis.

Ik zette een paar kratjes bier elkaar, klom erop en besloot de lamp van naderbij te bekijken. Een zeldzame vondst. Kunstwerk inmiddels. Jarenlang waren lichte zachte schattige stofjes gevallen op de metalen hanglamp in de vorm van een omgekeerd punthoedje uit de jaren zeventig. Donkerblauw. Oorspronkelijk. Denk ik. Eveneens zachte harige kleine beestjes met acht wiebelpootjes hadden die lamp veelvuldig betreden en gebruikt als uitvalsbasis voor snoeperijen van vliegdiertjes. Het was een laag van afval geworden van grootse vreetpartijtjes. Door het gebrek van menselijk handelen, was er een gevarieerd driedimensionaal dik oppervlak ontstaan. Even leek het of er allemaal beestjes over mijn hoofdharen liepen, maar dat was natuurlijk verbeelding.

De samenstelling op het ooit gladde oppervlak was gemêleerd in kleur geworden, diverse tinten bruin en af en toe een waas van oud roze, en spikkels zwart. De vele draden van de spinnen waren grondig met elkaar verweven tot een bijzondere structuur. Kleverige consistente massa met kunstig soort kant van nieuw spinrag. Een stoffenontwerper zou hier ongetwijfeld inspiratie opdoen voor een nieuw ontwerp van een warme winterstof.

De studenten hadden, bewust of onbewust, gezorgd voor een constante: afblijven van de lamp met poetsdoek of plumeau.

Mijn vertrouwen in studenten in smerige huizen is nu groots. Althans, voor het klimaat. Om de boel de boel te laten, de natuur, de natuur. En daar niet te veel aan te prutsen.

Meer berichten